“We moeten altijd alert blijven”

Wilna van Aartsen (1953) vertrok in 1991 voor Artsen zonder Grenzen naar voormalig Joegoslavië. De snelheid waarmee een samenleving ontwricht werd door haat, maakte diepe indruk op de zeer ervaren hulpverlener.

Liever luisteren dan lezen?
Om gebruik te maken van Soundcloud binnen onze website, dien je eerst de cookies te accepteren. Lees meer over ons cookiebeleid

“In geen enkel crisisgebied waar ik geweest ben, trok een oorlog zo snel een relatief vredelievende samenleving binnen als in het toenmalige Joegoslavië. Na mijn aankomst in Sarajevo begonnen de eerste schermutselingen van de oorlog. President Milošević vergiftigde het land met oorlogsretoriek: ‘De rivier de Drina gaat rood kleuren van het bloed’, dreigde hij.

In die tijd was Sarajevo een levendige stad, waar verschil in etnische achtergrond geen rol leek te spelen. Ook ons eigen team van Artsen zonder Grenzen bestond uit mensen van verschillende achtergronden maar dat speelde toen nog geen rol. De ophitsing door politieke leiders werd nog met een korrel zout genomen: dat kan niet waar zijn, dachten veel mensen, maar ik zag de mentaliteit razendsnel omslaan. Er kwam veel wrok en haat uit het verleden naar de oppervlakte en oorlog in Bosnië en Herzegovina was onvermijdelijk.

Veiligheid konden we de bevolking niet bieden, maar medische hulp wel.
Wilna van Aartsen

We deden met ons team wat we konden. Veiligheid konden we de bevolking niet bieden, maar medische hulp wel. Dat zijn we blijven doen, ook tijdens de hevige bombardementen van Sarajevo in 1993. In de nabijheid zijn van mensen in nood, is een belangrijke manier om solidariteit te tonen.

In de nabijheid zijn van mensen in nood is een belangrijke manier om solidariteit te tonen.
Wilna van Aartsen
De VN-vredesmacht UNPROFOR in het voormalige Joegoslavië. Foto:

Het is de VN niet gelukt om burgers in deze oorlog te beschermen. Die bescherming moet weer een centrale plaats innemen binnen het beleid van de VN. Dat is een essentiële verantwoordelijkheid. Internationale instituten liggen onder vuur, internationale solidariteit brokkelt zienderogen af. Er is veel aan te merken op de VN, maar het is de enige organisatie die in staat moet zijn burgers in oorlogssituaties te beschermen.

Er is veel aan te merken op de VN, maar het is de enige organisatie die we hebben.
Wilna van Aartsen

Ik was er getuige van hoe de oorlog en al het geweld dat daarbij hoort, in korte tijd de deelrepublieken binnentrok en niet meer te stoppen was. Dat heeft misschien wel de meeste indruk op mij gemaakt. Mensen zijn geneigd om te denken: dat gebeurt hier niet, maar het gebeurt wel. Overal ter wereld bestaan mensonterende situaties waar onvoldoende aandacht voor is. Bescherming, en het gebrek daaraan, blijft dus akelig actueel.

Ook wij moeten te allen tijde alert en waakzaam blijven.”

VN context

Na de dood van de communistische leider Tito in 1980 ontstaat in Joegoslavië een machtsvacuüm, waarbij meerdere leiders een etnisch-nationalistische politiek ontwikkelen. De polarisatie leidt in de jaren negentig tot geweld en een burgeroorlog tussen de verschillende bevolkingsgroepen. Wat etnische zuivering wordt genoemd - gedwongen verhuizingen, vervolging en moord - bepaalt de agenda van de nieuwe politiek, waarbij nationalistische leiders onafhankelijkheid en uitbreiding van grondgebied bevechten.

Begin 1992 vallen Servische strijdkrachten Bosnië en Herzegovina, het gebied rond de Joegoslavische hoofdstad Sarajevo, binnen. Bij onderlinge gevechten worden vooral de Bosnische moslims het slachtoffer van systematisch geweld, ‘etnische zuivering’ en zelfs genocide.

Tijdens de burgeroorlog richt de VN-Veiligheidsraad begin 1992 de UNPROFOR-vredesmacht op. De Verenigde Naties wijzen een aantal gebieden aan als veilige gebieden voor de burgerbevolking, maar kunnen niet voldoende bescherming tegen het geweld bieden. Met name in het gebied bij Srebrenica, onder bescherming van de Nederlandse eenheid Dutchbat, staan de VN machteloos wanneer duizenden Bosniaks worden gedeporteerd en vermoord.

De Servische president Milošević wordt in 1999 aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden door het door de VN opgerichte Joegoslaviëtribunaal. Voordat hij veroordeeld kan worden overlijdt hij in gevangenschap, in 2006. De Bosnisch-Servische legerleider Ratko Mladić wordt in 2017 door het Joegoslaviëtribunaal schuldig bevonden aan genocide en misdaden tegen de menselijkheid en veroordeeld tot levenslang.