“Je mag kinderen nooit veroordelen om wat hun ouders hebben gedaan”

De Tweede Wereldoorlog mag dan al 75 jaar voorbij zijn, er zijn nog steeds onderwerpen die zeer gevoelig liggen. “Kinderen van NSB’ers, zoals Tanja, zijn net zo goed door de oorlog getekend als ik”, zegt de Joodse Miel Andriesse (1942). Samen vertellen ze hun verhaal.

Liever luisteren dan lezen?
Om gebruik te maken van Soundcloud binnen onze website, dien je eerst de cookies te accepteren. Lees meer over ons cookiebeleid

De Joodse Samuel kreeg zijn voornaam Miel in zijn onderduikgezin, tijdens de Tweede Wereldoorlog. De naam Samuel klonk te Joods. Zijn ouders overleefden de oorlog niet. Zij zijn vanuit een ander onderduikadres opgepakt, gedeporteerd naar Auschwitz en vermoord. Na de oorlog kwam hij in huis bij zijn enige tante en oom die de oorlog wel overleefd hadden.

Miel met zijn moeder.

“We weten pas sinds kort echt zeker dat Tanja’s vader niet degene is geweest die mijn ouders heeft opgehaald”, zegt Miel. Tot die tijd speelde die mogelijkheid altijd in hun achterhoofd. De vader van Tanja Wolterbeek (1945) was gedetacheerd bij de Sicherheitsdienst in de regio Eindhoven, waar de ouders van Miel zaten ondergedoken.

Zij hebben iets verkeerd gedaan, ik toch niet?
Tanja Wolterbreek
De arrestatie van de vader van Tanja Wolterbeek.

De ouders van Tanja werden na de bevrijding van Eindhoven, op 18 september 1944, gearresteerd. Haar zwangere moeder kwam terecht in Kamp Vught, van waaruit Miels ouders bijna een jaar eerder naar Auschwitz waren vervoerd. In 1945 werd Tanja er geboren. Tanja’s leven staat in het teken van schuld en schaamte over het verleden van haar ouders. “Maar waarom? Zij hebben iets verkeerds gedaan, ik toch niet?”

Het is belangrijk dat we met elkaar in gesprek blijven.
Miel Andriesse
Tanja 6 maanden oud.

“Toen hebben we die mogelijkheid natuurlijk besproken”, zegt Tanja. “Wij willen met ons verhaal juist de boodschap doorgeven dat je kinderen nooit mag veroordelen om wat hun ouders hebben gedaan.”

Dat ze nu samen gastlessen verzorgen is bijzonder. “Het is belangrijk dat we met elkaar in gesprek blijven”, stelt Miel. “We moeten elkaar beoordelen, maar niet veroordelen. Tanja heeft net zo veel last van die oorlog als ik.”

Miel en Tanja vertellen hun verhaal aan een schoolklas in Veendam.
VN context

Na de Tweede Wereldoorlog volgt een periode van chaotische terugkeer en opvang van burgers. Zorg voor overlevenden uit kampen en onderduik schiet tekort, dwangarbeiders proberen terug te keren naar huis, NSB’ers en collaborateurs worden verdreven of slaan op de vlucht. In veel gevallen is er sprake van standrecht. Wraak en straffeloosheid voeren de boventoon in de eerste maanden na de capitulatie van de nazi’s.

In Nederland is een aantal organisaties belast met de terugkeer en opvang van overlevenden en ontheemden, zoals het Rode Kruis. Vermeende collaborateurs worden opgepakt en vastgezet in kampen in Vught en Westerbork, waar tijdens de oorlog voornamelijk Joden gevangen waren geweest. Eind 1945 richt het ministerie van Justitie bijzondere gerechtshoven in, waar vermeende collaborateurs en oorlogsmisdadigers berecht worden.

De VN zijn opgericht met het doel niet alleen conflicten vreedzaam op te lossen, maar ook toenadering en verzoening tussen naties en groepen te bevorderen. De internationale herdenkingsdagen voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, 8 en 9 mei, zijn in 2004 tot dagen van herdenking én verzoening verklaard. De VN zien in het zoeken van toenadering en dialoog een belangrijke voorwaarde voor het voorkomen van nieuwe conflicten.