“Mijn vader deed gewoon zijn werk”

Arnold van Balkom (1914-1951) was als verpleger bij het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) betrokken bij vele missies. Hij sneuvelt tijdens de oorlog in Korea. Zijn zoon Peter van Balkom (1946) blikt terug op zijn daden.

Liever luisteren dan lezen?
Om gebruik te maken van Soundcloud binnen onze website, dien je eerst de cookies te accepteren. Lees meer over ons cookiebeleid

“Ik heb mijn vader nooit gekend. Mijn ouders scheidden vlak na mijn geboorte, hij werd daarna doodgezwegen en overleed toen ik 5 jaar was. Als ik ging graven in het verleden werd de hele familie boos. Toen mijn moeder in 1998 overleed, ben ik alsnog op zoek gegaan. Ik sprak met mijn halfzussen, en met oud-collega’s van mijn vader.

Mijn vader had een groot hart en voelde het als zijn plicht om anderen te helpen.
Peter van Balkom
Arnold van Balkom.

Ik wist dat hij gevechten had meegemaakt rond Djokja, Midden- en Oost-Java en Sumatra. Nu hoorde ik verhalen waar ik geen weet van had; hij had een groot hart en voelde het als zijn plicht om anderen te helpen. Tijdens de Bersiap stuitte hij op een tehuis voor psychiatrische patiënten die aan hun lot waren overgelaten. Ze lagen te verkommeren in een soort varkensstal. Hij knapte die eigenhandig op en zorgde ervoor dat het er weer leefbaar werd.

Hij was pas kort terug in Nederland toen de regering onder de vlag van Verenigde Naties een detachement vrijwilligers naar Korea stuurde. Mijn vader meldde zich aan. De Koreanen bleken vechters, de Nederlanders liepen meteen in de val, er vielen doden en drie mannen raakten gewond. Hoewel het niet onder zijn taken viel, rende mijn vader erheen, met brancard en verband. Hij haalde ze eruit, maar werd zelf getroffen – ‘midden in het hart, hij leed niet’, schreef de commandant later in een brief aan mijn vaders toenmalige vrouw.

In een opwelling doe je wat je moet doen; is dat dan een heldendaad?
Peter van Balkom

Veel mensen zien mijn vader als een held; alle medailles die hij kreeg, onderstrepen dat. In mijn ogen deed hij gewoon zijn werk. Ik ben zelf ook verpleegkundige, heb mijn hele leven op de ambulance gewerkt. Ik kwam onder meer geregeld in drugspanden. Dat waren gevaarlijke plaatsen, en rugdekking had je niet. In een opwelling doe je wat je moet doen; is dat dan een heldendaad? Wat mij wel raakte bij de verhalen over mijn vader, is dat hij naast zijn militaire verplichtingen mensen in nood hielp. Daaruit bleek voor mij zijn ware aard.”

VN context

Vlak na de dekolonisatieoorlog in Indonesië raakt Nederland vanaf 1950 opnieuw betrokken bij een oorlog in Azië, in Korea.

In augustus 1945 capituleert Japan en trekken Japanse troepen zich terug uit de bezette gebieden in Azië, waaronder Korea. De Sovjet-Unie bezet dan het noordelijke deel van Korea, de Verenigde Staten het zuidelijke deel. De als tijdelijk beoogde scheidslijn – de 38e breedtegraad – tussen de beide bezettingszones groeit al snel uit tot een daadwerkelijke grens en tot een confrontatielijn. De oplopende spanning tussen Noord- en Zuid-Korea draait uit op een burgeroorlog.

De VN-Veiligheidsraad roept in een resolutie op tot een staakt-het-vuren en terugtrekking van de Noord-Koreaanse troepen tot de 38e breedtegraad. Dan mandateert de Raad de internationale gemeenschap om de Noord-Koreaanse troepen met geweld terug te dringen en de internationale vrede en veiligheid te herstellen. De Algemene Vergadering van de VN bepaalt in een resolutie dat het politieke doel van de VN-operatie in Korea het tot stand brengen van een onafhankelijke, soevereine eenheidsstaat onder een democratisch bewind is. De Algemene Vergadering acht de aanwezigheid van VN-troepen gewenst zolang dit doel niet is bereikt.

Aan de Nederlandse missie in de jaren ‘50 nemen bijna 5000 Nederlandse militairen deel, waarvan er meer dan 120 niet terugkeren.