“Mijn dochter was mijn motivatie om te blijven leven”

Nadat hij gevangen had gezeten en was gemarteld vluchtte Omar Imam (1979) uit Syrië via Libanon naar Nederland. In 2018 was hij artist in residence aan de Rijksakademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam.

Liever luisteren dan lezen?
Om gebruik te maken van Soundcloud binnen onze website, dien je eerst de cookies te accepteren. Lees meer over ons cookiebeleid

Op de Rijksakademie maakte Omar een beeld van zichzelf en zijn dochter als superhelden die zo lijken te zijn weggelopen uit een Japanse strip. Op een skippybal kunnen ze de hele wereld aan. Met dit beeld laat Omar zijn eigen ervaringen zien; hij vindt het belangrijk om kunst te laten zien vanuit het oogpunt van de vluchteling.

In een bepaald stadium van de martelingen voelde ik geen pijn meer en was ik aan het hallucineren.
Omar Imam
Het kunstwerk van Omar.

Het kunstwerk is een eerbetoon aan zijn oudste dochter Bianca, die een maand oud was toen Omar werd gekidnapt. “In een bepaald stadium van de martelingen voelde ik geen pijn meer en was ik aan het hallucineren. Ik trad als het ware uit mijn lichaam en zag het beeld voor me van mijn dochter die me kwam redden. Zij was mijn motivatie om te blijven leven.”

Voor de creatie van dit beeld sprak hij met een striptekenaar over zijn martelingen. Die zette zijn verhalen om in tekeningen. “Het leek net of ik over iemand anders sprak, omdat het in animatie gebeurde en niet in het echte leven. Daarna voelde ik me heel opgelucht.” Hij gebruikt vaak speelgoed in zijn werk, zoals de skippybal, omdat hij daar dankzij zijn kinderen mee omgeven is. “In Libanon las ik over de gruwelijkheden van IS, maar naast me keek mijn dochter Teletubbies. Beide beelden kwamen tegelijk bij me binnen en dat verwerk ik in mijn kunst.”

De laatste nacht voor de expositie huilde ik hard omdat het was afgerond.
Omar Imam

Dag en nacht werkte hij aan het beeld. “De laatste nacht voor de expositie huilde ik hard omdat het was afgerond.” Het heeft een paar jaar geduurd voordat hij over de martelingen kon praten. “Het was te pijnlijk en te donker. Ik wilde dus iets maken dat mensen die het zwaar hebben inspireert.” Ook moest het er vriendelijk uitzien voor een jong publiek. “Kinderen zien alleen een mooi beeld. Zij begrijpen de context gelukkig nog niet.”

VN context

Eind 2010 breken er in Noord-Afrika en het Midden-Oosten massale protesten uit onder de burgerbevolking. De roep om een betere toekomst en democratische hervormingen staat bekend als de Arabische Lente. In een aantal landen leidt de opstand tot de val van de heersende elite of dictator. In Syrië ontaardt de roep om politieke hervormingen in een bloedige burgeroorlog waarin meerdere partijen tegen elkaar strijden. De regering van president Bashar al-Assad treedt hard op tegen de burgerbevolking. Burgerdoelen zoals scholen en ziekenhuizen worden veelvuldig beschoten en gevangenen worden op grote schaal gemarteld.

Syriërs smeken het Westen om hulp, maar militair ingrijpen kan niet volgens het internationaal recht. Zonder toestemming van de VN-Veiligheidsraad is er sprake van aantasting van de soevereiniteit van het land. Rusland en China steunen Assad en blokkeren resoluties van de VN-Veiligheidsraad.

Ondertussen zijn meer dan tien miljoen Syriërs gevlucht voor het geweld. De VN-Vluchtelingenorganisatie UNHCR voorziet Syrische vluchtelingen in omliggende gebieden van steun en hulpgoederen. Veel Syriërs proberen via de zee Europa te bereiken, waar de opvang veel te wensen over laat. Al snel luidt de UNHCR de noodklok over de leefomstandigheden in overbevolkte vluchtelingenkampen aan de randen van Europa, zoals het Griekse eiland Lesbos.