“We moeten er voor elkaar zijn”

Als waterzuiveringsspecialist heeft Marij Zwart (1989) al veel van de wereld gezien. In een vluchtelingenkamp in Bangladesh ontmoette ze Abdullah en leerde de Rohingyacultuur kennen.

Liever luisteren dan lezen?
Om gebruik te maken van Soundcloud binnen onze website, dien je eerst de cookies te accepteren. Lees meer over ons cookiebeleid

“In de omgeving van Cox’s Bazar in Bangladesh liggen enorme vluchtelingenkampen waar Rohingya opgevangen worden die uit Myanmar verdreven zijn. De kampen liggen in de bergen, op een terrein dat tijdens het regenseizoen overstroomt, er zijn steile hellingen met veel erosie en bovendien blokkeren de kampen traditionele routes.”

Het is zijn grote droom om weer in vrijheid te kunnen leven.
Marij Zwart

Marij kreeg een braakliggend stuk grond toegewezen waar de afvalwaterzuivering moest komen, maar verder was er niets. “Meteen kwamen er mensen naar me toe die wilden helpen. Voor ik het wist, stond er een hek om het terrein heen.”

Ze maakte kennis met Abdullah, die als een van de weinigen daar Engels spreekt. Hij begint als haar tolk, maar maakt zich al snel onmisbaar door veel managementtaken op zich te nemen.

Marij en Abdullah.

“Steeds wanneer er onduidelijk- of onenigheid was, riep Abdullah de mannen bij elkaar in een kring waar ze gingen praten tot ze eruit waren. Iedereen kon het woord nemen en de besluiten werden met consensus genomen.” In Myanmar studeerde Abdullah natuurkunde. Het is zijn grote droom om die studie af te maken en weer in vrijheid te kunnen leven. “Hij blijft in die droom geloven,” vertelt Marij, “ook al is de situatie in Bangladesh uitzichtloos.”

Zijn optimisme inspireert mij. We moeten hoop houden, er voor elkaar zijn.
Marij Zwart
Abdullah in overleg met de mannen.

Ze heeft veel bewondering voor die levenshouding van Abdullah. “Hij geeft ’s avonds de Rohingyakinderen bijles zodat ze hun taal en cultuur niet verliezen. De taal kent geen schrift en kan dus alleen mondeling overgedragen worden. Zijn optimisme inspireert mij. We moeten hoop houden, er voor elkaar zijn. Ik heb daar gezien dat de Rohingya meer nodig hebben dan alleen humanitaire hulp. Ook zij hebben recht op een menswaardig bestaan.”

VN context

De Rohingya zijn een islamitische minderheid in het land Myanmar in Zuidoost-Azië. Myanmar wordt in principe geleid door de democratisch gekozen leider Aung San Suu Kyi, maar het leger maakt in de praktijk de dienst uit. De Rohingya hebben geen burgerrechten en zijn slachtoffer van grootschalig en systematisch geweld door het leger.

Een rapport van de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties spreekt in 2017 van mishandeling, massamoord en groepsverkrachtingen en noemt de situatie in Myanmar een ‘schoolvoorbeeld van etnische zuivering’. Nadat een VN-rapport in 2018 suggereert dat er sprake is van genocide – wat politiek zeer gevoelig ligt – wordt Myanmar eind 2019 aangeklaagd bij het Internationaal Hooggerechtshof (ICJ) vanwege het schenden van het genocideverdrag. Het ICJ draagt Myanmar op verdere genocidale handelingen te voorkomen.

Ondertussen bevindt het overgrote deel van de Rohingya die uit Myanmar vluchten zich in Bangladesh. Door de verwoestende overstromingen waar Bangladesh de afgelopen tijd mee te maken kreeg, verslechteren de omstandigheden in de vluchtelingenkampen. Cholera-uitbraken, watertekorten en ondervoeding zijn het gevolg.