“Ingrijpen in een conflictgebied regel je niet op een achternamiddag”

Als minister van Buitenlandse Zaken benoemt Jozias van Aartsen (1947) in 1998 topdiplomaat Peter van Walsum tot permanent vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties. In zijn rol als Nederlands vertegenwoordiger in de VN-Veiligheidsraad forceert Van Walsum slim en efficiënt een interventie op Timor.

Liever luisteren dan lezen?
Om gebruik te maken van Soundcloud binnen onze website, dien je eerst de cookies te accepteren. Lees meer over ons cookiebeleid

“Als het gaat om interveniëren in conflictgebieden dan is het beeld van de Verenigde Naties vaak niet zo positief”, vertelt Van Aartsen. “Mensen vragen: ‘waarom doen ze niets?’. Zij realiseren zich niet dat wij met zijn allen de Verenigde Naties zijn; de VN wordt gevormd door alle betrokken, soevereine staten. In dat kader moeten vertegenwoordigers opereren.”

Als de bevolking van Timor zich in 1999 voor onafhankelijkheid uitspreekt, breekt een bloedige burgeroorlog uit, met inzet van het Indonesische leger tegen de Timorezen. Ook dan kijkt de wereld aanvankelijk toe en vraagt zich af waarom de VN niet ingrijpt. “Met Nederland voorop,” zegt Van Aartsen, “want Van Walsum was die maand voorzitter van de Veiligheidsraad. ‘Zitten we eindelijk aan het roer, doen we nog niets!’, was de kritiek van de Tweede Kamer. Het wil er niet in dat een ingreep in zo’n situatie niet op een achternamiddag is geregeld, en – zoals Van Walsum liet zien – lef en creativiteit vereist.”

Van Walsum weet uiteindelijk voor elkaar te krijgen dat de VN wel degelijk ingrijpt. “Maar niet via een reguliere vredesoperatie,” vertelt Van Aartsen, “dat bleek onbereikbaar door veto’s van een drietal landen in de Veiligheidsraad”. Een impasse dreigt, en een voortzetting van het bloedvergieten. Van Walsum voert telefonisch overleg met Van Aartsen en stelt een open zitting van de VR voor met de leden van de Assemblee. “Een creatieve vondst: 52 van hen voerden het woord en veel moslimlanden uitten forse kritiek op Indonesië.” Ondertussen oefent ook een kleine afvaardiging van de Veiligheidsraad in Jakarta diplomatieke druk uit, en ook de toenmalige president van de Verenigde Staten, Bill Clinton, helpt. “Indonesië kon niet anders meer dan toestemmen met een vredebrengende interventiemacht van de VN.”

“Het was Van Walsum bij uitstek”, besluit Van Aartsen. “Hij was een heel goede diplomaat, had het oor van de machtigste lidstaten. Hij was zelfstandig, creatief en efficiënt. Daarom kon ik hem het vertrouwen geven te doen wat hij achtte dat goed was. Met succes.”

VN context

De Verenigde Naties streven ernaar om conflicten op een vreedzame manier op te lossen. De VN-Veiligheidsraad is hierbij verantwoordelijk voor het handhaven van vrede en veiligheid. Dit gebeurt zowel langs diplomatieke weg, als door middel van het inzetten van vredesmachten. Diplomaten en vertegenwoordigers bij de VN investeren veel in vreedzame conflictbeslechting en onderhandelingen. Dit betekent dat veel gesprekken nodig zijn tussen de diplomaten bij de Verenigde Naties. Deze gesprekken kosten tijd, ondanks – of misschien juist wel door – de ernst van de situatie.

Het sturen van troepen is een verregaande maatregel waarbij niet alleen veel kosten komen kijken, maar die ook kan leiden tot juist meer bloedvergieten. Ook kan het ervoor zorgen dat permanente leden van de Veiligheidsraad niet instemmen met het inzetten van blauwhelmen en hun veto-recht gebruiken.

In artikel 42 van het Handvest van de Verenigde Naties wordt het volgende over het sturen van troepen gezegd:

“dan kan hij (de Veiligheidsraad, red) overgaan tot zulk optreden door middel van lucht-, zee- of landstrijdkrachten als nodig is voor de handhaving of het herstel van de internationale vrede en veiligheid. Zulk optreden kan omvatten demonstraties, blokkades en andere operaties door lucht-, zee- of landstrijdkrachten van Leden van de Verenigde Naties.”