“De VN doen te weinig voor Palestina”

Awni Farhat (1989) wordt geboren in een Palestijns vluchtelingenkamp. Hij gaat er naar een VN-school en heeft er toegang tot VN-gezondheidszorg. Ondanks dat de VN erg aanwezig is in zijn leven, is hij kritisch.

Liever luisteren dan lezen?
Om gebruik te maken van Soundcloud binnen onze website, dien je eerst de cookies te accepteren. Lees meer over ons cookiebeleid
Een foto van mij en mijn klasgenootjes in de tweede klas van de Jabalia Elementaty School, een VN-school. Ik sta op de tweede rij van onderen helemaal rechts.
Ik dacht dat Kofi Annan vrede kwam brengen.
Awni Farhat

“In 1998, toen ik negen was, bezocht Kofi Annan die toen secretaris-generaal van de Verenigde Naties was, onze school in Jabalia. Hij kwam aanrijden in een mooie auto, met allemaal VN-jeeps erachteraan. Wij stonden allemaal opgewonden achter de ramen te kijken en zagen een kleine man uitstappen. Dat was de hoogste baas van de VN! Hij sprak over mensenrechten en ik dacht dat hij de vrede kwam brengen. Hij schudde handen, maakte een praatje en ging weer. Toen ik jongens uit het dorp stenen naar het konvooi zag gooien, realiseerde ik me voor het eerst dat niet iedereen blij was met de VN.”

Een foto genomen in 2014 bij een UNRWA school in Gaza.
Jabalia is nog steeds een vluchtelingenkamp. Niemand woont daar vrijwillig.
Awni Farhat

In 1948 werd het dorp van de grootouders van Awni ontruimd door Israëli. Ze kwamen terecht in een vluchtelingenkamp in Jabalia in het noorden van de Gazastrook. In die periode woonden er zo’n tachtigduizend mensen in heel Gaza, inmiddels zijn dat er bijna twee miljoen. “Er staan nu huizen in plaats van tenten, maar Jabalia is nog steeds een vluchtelingenkamp. Niemand woont daar vrijwillig.”

Een foto genomen in 2014 bij een UNRWA school in Gaza.

Awni is kritisch over het feit dat er binnen de VN niets gebeurt om de Palestijnse vluchtelingen een betere toekomst te bieden. “De VN handhaaft de status quo, verder niets. In de tijd van apartheid in Zuid-Afrika legden ze sancties op om veranderingen af te dwingen, maar in de kwestie tussen Palestina en Israël bepaalt de VS de koers van de VN.”

Awni werkt nu in Den Haag. Ieder jaar moet hij zijn visum vernieuwen en hij heeft geen idee hoe lang hij kan blijven. Maar hij heeft het beter dan zijn leeftijdsgenoten die zijn achtergebleven, benadrukt hij: “Zij hebben geen werk, kunnen daardoor niet trouwen, geen gezin stichten en geen eigen huis kopen. Het is uitzichtloos. Er kan alleen iets veranderen als de VN een standpunt durft in te nemen.”

VN context

Na de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust verhuizen steeds meer Joden naar toenmalig Brits mandaatgebied Palestina. Dit leidt tot spanningen met de Arabische bevolking. De Verenigde Naties, die dan net zijn opgericht, stellen voor het gebied in een Arabisch en een Joods deel op te splitsen. In 1947 keuren de VN het verdelingsplan van de regio goed en op 14 mei 1948, de dag dat de laatste Britse troepen vertrekken, roepen de Joodse leiders de staat Israël uit.

De bestaande spanningen leiden al snel tot de Arabisch-Israëlische Oorlog, waarbij onder meer grondgebied bij Gaza betwist wordt. Veel Arabische inwoners vluchten voor het oorlogsgeweld. De terugkeer van deze inwoners wordt door de Israëlische regering bemoeilijkt door wetgeving en het bouwen van nieuwe Israëlische nederzettingen, wat nog altijd plaatsvindt.

Vluchtelingenwerk behoort tot de kerntaken van de Verenigde Naties. Al in december 1948 nemen de Verenigde Naties een resolutie aan die voor de vluchtelingen het recht op terugkeer of compensatie bepaalt. Een jaar later richten de VN de United Nations Relief and Works Agency for Palestinian Refugees in de Near East (UNRWA) op. De UNRWA biedt inmiddels humanitaire hulp en ondersteuning aan ruim 5 miljoen mensen die nog altijd in de vluchtelingennederzettingen verblijven.