“Zolang genocide niet wordt erkend, stopt het nooit”

De Bosnische Alma Mustafic (1981) overleefde de genocide in Bosnië in 1995 en vluchtte naar Nederland. Zij zet zich in om dit verhaal te blijven vertellen, ook omdat Servië de genocide blijft ontkennen.

Liever luisteren dan lezen?
Om gebruik te maken van Soundcloud binnen onze website, dien je eerst de cookies te accepteren. Lees meer over ons cookiebeleid

“Srebrenica is een prachtige, levendige stad. Ik groei er vrij zorgeloos op. Maar als ik een jaar of 10 ben, worden wij ineens ‘moslims’ of 'turken' genoemd, terwijl ik niet eens weet wat het betekent. En we moeten weg, of beter nog: dood. De Serviërs nemen de stad in. Mensen worden voor de ogen van hun familie doodgeschoten, vrouwen worden verkracht. De wegen zijn afgesloten; we kunnen geen kant op.

Op straat wordt geschoten, op voetbalveldjes gooien ze granaten.
Alma Mustafic

Als puber word ik steeds onverschilliger. Ik wil naar buiten, vrienden zien. Maar op straat wordt geschoten, op voetbalveldjes gooien ze granaten. Waarom kijkt de wereld slechts toe?, vraag ik me af.

Op een dag hoor ik het bulderende geluid van tanks. Ik ben verstijfd van angst, maar ren het balkon op. Een witte tank komt de hoek om: een VN-voertuig. ‘We zijn gered!’, roep ik. Iedereen is dol van vreugde. Maar de VN vaardigt een wapenembargo uit. Terwijl de Serviërs tot de tanden bewapend zijn, en het overduidelijk is dat er etnische zuiveringen plaatsvinden, ontneemt de VN ons het recht om ons te verdedigen. Ze zeggen: ‘Dit is een interne aangelegenheid. Wij zijn neutraal’. Maar juist door neutraal te zijn, steunen ze de onderdrukker. Onder het oog van de hele wereld worden achtduizend mannen en jongens door de Serviërs vermoord. Ook mijn vader.

Begraafplaats in Srebrenica.
Het schokt mij dat Servië het blijft ontkennen en dat de VN dat ongestraft laat gebeuren.
Alma Mustafic

De VN heeft hier gruwelijk gefaald. Het schokt mij dat veel mensen dat niet weten, dat Servië het blijft ontkennen en dat de VN dat ongestraft laat gebeuren. Ook nu nog worden Bosniaks verdreven, Mladic wordt verheerlijkt. Maar iedereen kijkt weg, net als toen. De VN is een papieren tijger en maakt stinkende wonden. Welk signaal geven we daarmee af? Als genocide niet wordt erkend, stopt het nooit. Of, zoals Holocaust-overlevende Elie Wiesel zei: ‘De slachtoffers vergeten, is hen een tweede keer doden.’”

VN context

Tijdens de burgeroorlog in toenmalig Joegoslavië en de bezetting van Bosnië door Servië, richt de VN-Veiligheidsraad begin 1992 de UNPROFOR vredesmacht op. De Verenigde Naties wijzen een aantal gebieden aan als UNPA: veilige gebieden voor de burgerbevolking en vluchtelingen.

Op 11 juli 1995 wordt de 'veilige' enclave in het stadje Srebrenica bezet door Bosnisch-Servische troepen onder commando van Ratko Mladić en het politiek leiderschap van Radovan Karadžić. In de enclave hebben tienduizenden Bosniaks hun toevlucht gezocht, om te ontsnappen aan etnische zuiveringen elders in de regio. De formele beveiliging is in handen van een Nederlands VN-bataljon, Dutchbat. Nadat Srebrenica wordt ingenomen worden Bosniak mannen gescheiden van de vrouwen en kinderen, afgevoerd en geëxecuteerd. In totaal worden ongeveer 8.000 Bosniak jongens en -mannen vermoord.

Voor de berechting en bestraffing van daders tijdens de Joegoslavische burgeroorlog en de bezetting van Bosnië richten de VN het internationale Joegoslavië-Tribunaal (ICTY) in, waar tussen 1993 en 2017 meer dan 160 oorlogsmisdadigers berecht worden.
In 2002 publiceert het NIOD een zeer kritisch onderzoeksrapport over het optreden van Dutchbat en de val van Srebrenica, waarna het Kabinet-Kok aftreedt.